Tuintoppers in Dalfsen en Oudleusen

In Dalfsennet Magazine, editie april 2019, schreven we een artikel over hoe belangrijk we het vinden dat planten en dieren ruimte krijgen in onze tuinen. We schreven een wedstrijd uit voor iedereen die in de tuin dacht aan planten en dieren. De mooiste tuintoppers maakten kans op een tuinbon.
We kregen enkele reacties binnen. Twee reacties vonden we zo bijzonder dat we langsgingen om de tuinen te bewonderen.

Meneer en mevrouw Houweling, Dalfsen
Meneer en mevrouw Houweling wonen al enige jaren in Dalfsen. De woning en de prachtige ruime tuin bevalt ze meer dan uitstekend. ‘Kom eens kijken’, zegt meneer Houweling enthousiast. Voorzichtig opent hij het deksel van een nestkasje dat tjokvol zit met piepkleine vogeltjes. ‘Het zijn pimpelmezen’. Ze zijn prachtig.

Meneer Houweling laat me zijn tuin zien. Achter in de tuin heeft hij zelf een insectenhotel gebouwd dat insecten aantrekt. Het hotel staat in de volle zon en ik hoor overal gezoem. Bijen vliegen af en aan. ‘Veel mensen zijn vaak wat huiverig voor bijen, wespen of insecten. We hebben al lang geleerd dat ze niets doen als je ze niet lastig valt. Als insecten zich niet bedreigd voelen zullen ze niet prikken. Het insectenhotel is een prima broedplaats voor bijen die alleen leven en niet in een zwerm’.
 

De ‘omgekeerde vaas’ in de vijver valt me ook op. ‘Vissen gaan erin als het daar wat warmer wordt door de zon. In de avond gaan ze ook vanzelf weer naar beneden’, legt meneer Houweling uit. ‘We kunnen de vissen vanuit onze stoel bewonderen, een mooi gezicht.’

Op het dak van een schuurtje staat nog een insectenhotel. Ook hier is het een drukte van belang en de bijen hebben inmiddels ook de bloeiende boom naast het schuurtje gevonden. De hele tuin lijkt wel te zoemen en om me heen kwetteren vogels. ‘In de avond is hier zelfs een specht te horen. Ondanks dat we in Dalfsen wonen lijkt het soms alsof we echt buiten in de natuur zijn. We zijn erg blij met deze tuin en met deze plek om te wonen.’ Het is mooi om te zien met welke kleine middelen dieren en planten veel meer de ruimte krijgen in een woonwijk.

Ina Linthorst, Oudleusen
Een dag later bezoek ik Ina Linthorst. Van een woning middenin Dalfsen rijd ik nu naar een grote boerderij middenin de velden. Ik vraag me af wat je hier zou kunnen doen om de insecten, beesten en planten te helpen. Het is hier immers al zo groen. Ina neemt me mee haar tuin in. ‘Een paar jaar geleden zijn de schuren achter de woning gesloopt. Toen hadden we opeens een heel groot veld erbij. Ik wilde er graag een mooie natuurlijke tuin aanleggen. Natuurlijk is de tuin zeker. Het lijkt wel een oase middenin de velden. We lopen via een paadje door de bloemen naar de vijver achterin de tuin. ‘Wat zo leuk is; voor het huis hebben we een aangelegde vijver. Daar zitten, net zoals in deze natuurlijke vijver, ook kikkers in. Maar de kikkers in deze vijver achter het huis zijn anders dan de kikkers uit de vijver voor het huis’. Als we naar de rand lopen springt er net een kikker het water in. ‘Van kikkerdril, tot kikkervisjes, salamanders en natuurlijk kikkers, van alles komt er hier voorbij’. Iets verderop staat een klein insectenhotel dat nog ‘in aanbouw’ is.

‘Ik zoek nog wat materialen om het hotel langzaam te vullen. Maar dat is juist het leukste. Het hoeft niet in een keer af.’ Aan de overzijde van de vijver staat een overkapping. ‘Hier zitten we zo vaak op mooie zomeravonden. De vijver leeft dan echt.’ Maar er is meer te zien. Achter de overkapping is Ina bezig met het plaatsen van een muur van takken. ‘Hier nestelen mezen’. Er hangt een klein nestje in de boom. Ina is zelf ook nieuwsgierig en inderdaad, er zitten jonge mezen in.

Een prachtig gezicht. Aan de andere zijde van de overkapping heeft Ina een hok gemaakt voor egels. ‘Ik weet niet of het hok ook gebruikt wordt, maar goed, de egels kunnen erin als ze willen’, zegt ze lachend.
Op weg naar het pronkstuk in de tuin, een insectenhotel van ruim 3,5 meter, vertelt Ina over de verschillende bomen en struiken die ze hier geplant heeft. ‘Het is afwachten wat het gaat doen, maar ik heb zeker wel gelet op inheemse struiken en planten. Dat zijn struiken en planten die hier oorspronkelijk voorkomen. Ze worden dus gevonden door de dieren die in deze omgeving leven.


Het insectenhotel is prachtig. Er is ruimte voor bijen, wespen, vlinders en zelfs vogels. Ik bewonder de verschillende materialen die stuk voor stuk mooi zijn. ‘Het is nu nog vrij koud maar als de zon schijnt dan zoemt de hele muur’. Ik kan me er van alles bij voorstellen. In een vogelhuisje, verscholen tussen de wortels van een oude boom en het insectenhotel, treffen we de eitjes van de zwarte roodstaartvogel. Ze hebben een hele mooie blauwe kleur.

 

We zijn weer terug bij het punt waar de rondleiding begon. Ik kijk uit op een rij schuren. ‘Kijk’, zegt Ina. ‘We hebben kastjes voor gierzwaluwen en vleermuizen’. Ik vertel Ina dat we bij VechtHorst ook rekening houden met gierzwaluwen en vleermuizen. De overheid verplicht ons zelfs om rekening te houden met vleermuizen en gierzwaluwen die nestelen in onze woning. Als we woningen gaan renoveren dan moeten we vleermuizen en gierzwaluwen andere nestelplaatsen bieden. ‘Dat is mooi’, is haar reactie.

Ik ben onder de indruk van Ina haar tuin. Ik realiseer me dat – zelfs in het buitengebied – het belangrijk is om planten en dieren de ruimte te geven. De tuin van Ina is daar een heel mooi voorbeeld van. Maar ook in je eigen tuin, op een kleiner oppervlak, kun je met weinig materialen het verschil maken voor planten en dieren.







VechtHorst op Twitter

Volg ons op Twitter, twitter.com/VechtHorstNL